In ‘lagen’ denken

Om geluid overtuigend en realistisch neer te zetten moet je in ‘lagen’ denken.
De laag van de Voice Over (als je die gebruikt) moet altijd goed te horen zijn en harder zijn dan de ander lagen. Want in deze laag wordt het verhaal verteld.
De tweede laag is voor de ambiance geluiden: het geluid van de het klotsen van de golven tegen de kade, het geluid van druk verkeer of het geluid van vogeltjes en de zacht ruisende wind in de bomen van een park om een paar voorbeelden te geven van ambiance geluid. Ambiance geluid geeft aan waar je bent: aan zee, in de stad of in het bos.
De derde laag is die van de muziek. Deze laag kan het verhaal ondersteunen. Maar je kunt er ook juist tegenin gaan. Je gebruikt muziek dan op een ironische manier.
De vierde laag is die van de geluidseffecten. Het geluid van een gun of een plons in het water. Geluidseffecten vertellen net zoals alle andere lagen een belangrijk deel van het verhaal.

image

Met een mediascape kun je op allerlei manieren verhalen vertellen. Je kunt bijvoorbeeld dezelfde locaties vanuit verschillende perspectieven bekijken, bijvoorbeeld vanuit een vogel, een insect en een paard. Of een gebeurtenis vanuit verschillende personages vertellen, bijvoorbeeld de dader, het slachtoffer en de politie inspecteur.
Je kunt ook onderzoek doen naar de geschiedenis van een bepaalde plek en dat combineren met interviews met mensen die er wonen. Of je maakt een fantasieverhaal over een plek, bijvoorbeeld een spookverhaal of een love-story.
Meer voorbeelden van mediascapes