Vorige pagina: Scènes
Volgende pagina: Wat biedt Codex KIT de leerling?
Tijd
Tijd speelt een belangrijke rol in het verhaal. Je kan een verhaal vertellen alsof het nu gebeurt. Dat maakt het heel spannend en direct. Soms is het handiger om in de verleden tijd te vertellen. Je kan dan meer afstand nemen. Bovendien kan je dan de kennis gebruiken die je nu hebt over het verleden.
Erik ziet de politieagenten op hem afkomen. Snel duikt hij onder de tafel.
Daar ziet hij dat een herdershond ook onder de tafel ligt. De hond ligt met zijn riem vast aan een van de poten. Erik legt zijn vinger op zijn mond en zegt ‘Sssst’.
Of:
De man met de walrussnor duwde zijn hond onder de tafel. Met zijn riem maakte hij het beest vast aan een van de tafelpoten. Op dat moment kwamen er twee agenten binnen. Erik dook onder de tafel en keek recht in de snuit van een verbaasde herdershond.
Met een mediascape kun je op allerlei manieren verhalen vertellen. Je kunt bijvoorbeeld dezelfde locaties vanuit verschillende perspectieven bekijken, bijvoorbeeld vanuit een vogel, een insect en een paard. Of een gebeurtenis vanuit verschillende personages vertellen, bijvoorbeeld de dader, het slachtoffer en de politie inspecteur.
Je kunt ook onderzoek doen naar de geschiedenis van een bepaalde plek en dat combineren met interviews met mensen die er wonen. Of je maakt een fantasieverhaal over een plek, bijvoorbeeld een spookverhaal of een love-story.
Meer voorbeelden van mediascapes